Bloemetjes en bijtjes

Onze bijen stellen het vandaag niet zo goed. Ze zijn nochtans erg nuttig en een onmisbare schakel in de natuur. Eén van de problemen is het verdwijnen van bloemen met nectar in tuinen, bermen, weilanden en op akkers. Gelukkig kunnen we daar vrij makkelijk iets aan doen!

Iedereen kan bijen helpen. Met een aantal ecologische vuistregels voor de tuin komen we al een heel eind:

  • REGEL 1 - GEEN pesticiden in je tuin

    Hoe selectief een pesticide ook moge werken (volgens de verpakking tenminste), altijd is er wel een ‘neveneffect', ook op de bijenpopulatie. Zorg er ook voor dat ‘nuttige’ insecten, die van nature voorkomen, een plaats hebben in je tuin. Een intacte voedselpiramide, waarin alles wat ‘eet’ ook ‘gegeten wordt’, vermijdt insectenplagen. Volgende beplantingen kunnen helpen in de tuin: zwarte els, haagbeuk, hazelaar, wilg, berk, klimop, bloemstroken (kruisbloemigen, ...) en een bloemrijk grasland.
  • REGEL 2: Nectar noch stuifmeel = bijen noch hommels

    Bijen zijn voor hun voeding aangewezen op stuifmeel als eiwit- en mineralenbron en op nectar voor de energiewinning. Een hele resem planten zijn goede leveranciers op dat vlak, maar sommige cultuurvariëteiten hebben gevuldbladige bloemen (met voor bijen volstrekt onbereikbaar nectar), anderen hebben geen stuifmeeldraden meer. Allemaal mooi, maar voor de bijen echter ‘steriel’.

    Vele uitheemse planten kunnen perfecte nectarleveranciers zijn, zeker voor de minder kieskeurige honingbijen. Solitaire bijen zijn echter – soms – des te kieskeuriger. Ze zijn voor nectar en stuifmeel vaak aan één bepaalde inheemse plantensoort gebonden, waarmee ze doorheen vele eeuwen evolutie een unieke relatie opgebouwd hebben.

  • REGEL 3: Geen nestgelegenheid = geen bijen

    Het grootste deel van de solitaire bijen maken hun nestgang in de grond. Je vindt ze in bermen langs zandwegen, op de heide, in zandige spleten tussen de tegels, op straat of in je tuin. De overige maken hun nestgang in holle plantenstengels van riet, vlier, braam en framboos of in holtes in bomen, in spleten in raamkozijnen en muren.

    In onze ‘geordende’ wereld ontbreekt het dikwijls aan dergelijke ‘nestgelegenheid'. Gaten in muren en houtwerk worden dicht gemaakt en holle stengels blijven zelden langer dan een seizoen staan. Riet, bramen en vlier zijn ideale stengels voor solitaire bijen. Ook houtblokken met enkele geboorde gaten zijn succesvol voor sommige soorten.

    Voor solitaire bijen kan je als knutselaar eenvoudig een heus ‘bijenhotel’ bouwen. Zo’n ‘nestkast’ richt je zoveel mogelijk naar het zuiden en plaats je op een plek die veel zon krijgt. Bijen zijn zeer warmteminnend en hebben liefst zo veel mogelijk zon.

Meer info